Toegenegen weerklank (J. kanno doko)

‘Wanneer we naar de hemel kijken en bidden, weten we niet wat ruimte is, maar spiritueel, in een diepe zin, begrijpen we wat ruimte is… Dan komt het antwoord van het hele universum. Als we deze geest van het universum volledig aanvoelen en om hulp vragen, of oproepen dat we tot leven mogen komen in ons dagelijks leven, dan kunnen we heel natuurlijk één zijn met het universum. Dit is respons.
Met andere woorden, als wij onze handen uitsteken naar het universum, steekt het universum zijn eigen hand naar ons uit. Dan kruisen het pad van je leven en het pad van het universum elkaar, worden één, onderling verbonden. In het Japans, is dit kanno doko. Kan betekent oproep, o is respons, do is pad, ko is kruisen. Oproep en respons kruisen elkaar meteen. Dit is ‘van ganser harte zijn’…’

vertaald door Frank De Waele naar: Dainin Katagiri Roshi, Returning to Silence, p. 83

 

 

 

Four Abodes meditation phrases

(Loving kindness)
May I be free in the midst of enmity and danger.
May I be free in the midst of mental suffering.
May I be free in the midst of physical suffering.
May I care for myself with joy and ease.

(Compassion)
May I feel sorrow in the sorrows of others.

(Sympathetic Joy)
May I feel joy in the joy of others.

(Balance/Equanimity)
May I know that everything comes as it comes, and goes as it goes.

 

uit ongepubliceerd workshop materiaal: Four Abodes meditation phrases, Melissa Blacker and David Rynick

 

Er is geen weg

Er is geen weg naar gelukkig zijn.
Gelukkig zijn is de weg.

Er is geen weg naar gewaarzijn.
Gewaarzijn is de weg.

Er is geen weg vrij van karma
Karma is de weg.

Er is geen weg naar het Zelf.
Dit zelf is de weg.

*

Als ik de weg ga in de hoop op nirvana,                                
laat ik verstoken blijven van nirvana.                                                

Als ik de weg ga uit angst voor samsara,                              
laat ik gedoemd zijn tot samsara.

Maar als ik de weg ga uit liefde voor de weg,                     
dan ben ik de weg.

Want de weg van het hart
is het hart van de weg.

*

De weg van het hart is
verzaken aan het gedroomde zelf                              
is gehoor geven en
dienstbaar zijn.                                                     

De weg van het hart is het hart van de weg.
Er is geen andere weg.

 

Frank De Waele Roshi

De eerste twee regels van deze tekst zijn een gezegde dat vaak ten onrechte aan de Boeddha wordt toegeschreven. Lees hier meer over de herkomst van dit citaat.

 

 

 

Rutger Kopland
Een merel

 

Er is iets in de zang van een merel
het is voorjaar, je wordt wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open – er is iets

waarvan die vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van die merel.

 

Uit: R. Kopland, Toen ik dit zag, 2008

 

 

Taizan Maezumi Roshi
‘Het punt van onze praktijk is niet iets anders te worden dan wat we al zijn, zoals een Boeddha of een verlicht persoon, maar ons te realiseren of gewaar te zijn van het feit dat we intrinsiek, oorspronkelijk, de Weg zelf zijn, vrij en compleet.’

vertaald door Frank De Waele naar: T. Maezumi & B. Glassman, On Zen Practice: Body, breath and mind, p. 22

 

 

Dogen Kigen (1200-1253)
De grote weg gaan

De grote weg heeft oorspronkelijk geen naam of woord. Dit erkennend, zijn wij toch geneigd om het de grote weg te noemen.
Boeddha’s en voorouders verschijnen de een na de ander. De houten man en de ijzeren stier volgen elkaar op de hiel, opklimmend en afdalend. Maar zij laten geen voor ons zichtbaar spoor na.
Zeker is, de grote weg staat niet los van deze eigenste plaats, maar is altijd kalm en diep.
Wij moeten weten dat als wij zoeken wij hem niet kunnen zien.

Lang geleden vroeg een monnik aan Isan Reiyu: ‘Wat is de Weg?’
Isan antwoordde: ‘Jij bent het.’
Ook meester Mazu werd gevraagd: ‘Wat is de Weg?’
Mazu zei: ‘De gewone geest is de Weg.’
Ooit ook vroeg een monnik een oude meester: ‘Wat is de Weg?’
Hij zei: ‘ Dat waar je doorheen bent gegaan is de Weg.’
Zeggen deze uitspraken van de drie eerwaarden uiteindelijk hetzelfde of zijn ze verschillend?

Nederlandse vertaling door Frank De Waele naar: S. Okumura & D. Leighton, Eihei koroku, deel 8: Hogo, p. 500

 

Bendowa
‘Het volgehouden voornemen om de Weg te gaan waar ik over spreek, bestaat er in alle dingen te zien vanuit verlichting en zo´n alles insluitend gewaarzijn in praktijk te brengen te midden van een geherwaardeerde wereld.’

vertaald naar Hee-Jin Kim, Dogen on meditation and thinking, p. 21

 

 

Franz Kafka
Vor dem Gesetz

Vóór de Wet staat een wachter. Bij deze wachter komt een man van buiten en verzoekt toegang tot de Wet. Maar de wachter zegt, dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De man denkt na en vraagt dan of hij dan naderhand naar binnen zou mogen. ‘Het is mogelijk’, zegt de wachter, ‘maar nu niet’. Daar de poort naar de Wet openstaat zoals altijd, en de wachter op zij gaat, bukt de man zich om door de poort naar binnen te kijken. Als de wachter dat merkt, begint hij te lachen en zegt: ‘Als het je zo aantrekt, probeer dan maar, trots mijn verbod naar binnen te gaan. Maar begrijp goed: ik ben machtig. En ik ben maar de laagste wachter. Van zaal tot zaal staan er wachters, de een al machtiger dan de andere. Ik kan de derde al niet eens meer aankijken’. Zulke moeilijkheden had de man van buiten niet verwacht; de Wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt hij, maar als hij nu de wachter in zijn bontjas met zijn grote puntneus, zijn dunne zwarte Tartarenbaard, nauwkeuriger bekijkt, besluit hij toch liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De wachter geeft hem een krukje en staat toe, dat hij naast de poort gaat zitten. Daar zit hij, dagen en jaren. […] Lees hier verder

vertaald door Paul Claes

 

 

Seijo en haar ziel
Mumonkan zaak 35
Zenmeester Goso gebruikte een oude Chinese legende uit de T’angtijd en vroeg aan een monnik: ‘Er zijn twee Seijo’s. Welke is de echte?’

In de provincie Ko leefde eens een oude man genaamd Chokan. Deze hield heel veel van zijn dochter Seijo. Ze was heel mooi en Chokan placht haar als kind al te plagen met de opmerking dat ze even knap was als haar neef Ochu, die een stevige knaap was. Net toen die twee merkten dat ze verliefd op elkaar waren geworden, liet de vader weten dat hij voor zijn dochter Seijo een ander als echtgenoot had uitgezocht. Dit brak het hart van de jonge geliefden.

Ochu besluit daarop de stad te verlaten, omdat hij het niet kan aanzien dat ze met iemand anders trouwt. Op een nacht stapt hij in het geheim op een boot en begint de rivier af te varen. Maar opeens, zag hij opeens iemand gesticulerend langs de oever rennen. Tot zijn grote vreugde was het Seijo, die hem op een of andere manier gevolgd was. Zij besloten naar een ver land te reizen en daar samen te gaan wonen.

Enige jaren later, toe Seijo al moeder van twee kinderen was, werd zij zich voor het eerst van de diepte van de ouderliefde bewust. Haar geweten begon te knagen vanwege de wijze waarop ze haar geliefde vader behandeld had. Seijo miste haar oude vader, die ze hadden achtergelaten in hun dorp en die nog nooit zijn kleinkinderen had gezien. Ze zei ze tegen haar man: “Ik kan hier niet blijven, niet wetend of hij leeft of dood is. We moeten teruggaan en ons verzoenen.” Ook haar man Ochu betreurde wat zij Chokan hadden aangedaan, en stelde voor om terug te keren naar huis en om vergiffenis te vragen. Dus zeilden ze terug naar hun vroegere woonplaats.

Toen ze in hun geboortedorp aankwamen, zei Ochu tegen haar: “Blijf jij in de boot, ik zal met je vader gaan praten en de situatie uitleggen en dan kan jij komen”. Ochu ging naar Seijo’s ouderlijke huis, en vroeg de verbijsterde oude Chokan om vergiffenis vroeg en vertelde alles wat er gebeurd was. De oude man luisterde met ongeloof. Ten slotte vroeg hij Ochu over wie hij het eigenlijk had. De jonge echtgenoot antwoordde: ‘Over je dochter Seijo.’

‘Maar zij heeft het huis nooit verlaten!’ riep Chokan uit. ‘Kort nadat je weggegaan was, werd ze ziek en ze is nog steeds bedlegerig. Sinds je vertrek heeft ze geen woord meer gesproken.’
‘Dat moet een vergissing zijn,’ antwoordde Ochu. ‘Seijo volgde mij en samen gingen we naar een ver land. We trouwden en hebben twee kinderen. Ze verkeert in uitstekende gezondheid, ze wil je terugzienen om vergiffenis vragen, omdat we weggegaan zijn en zonder jouw toestemming getrouwd zijn. Als je me niet gelooft, kom dan mee naar de boot en kijk zelf.’

De oude man aarzelde en daarom ging Ochu alleen op weg om Seijo te halen en terug te brengen naar het huis van haar vader. Intussen ging Chokan naar de slaapkamer om de zieke Seijo te vertellen wat er gebeurd was. Zonder een woord te zeggen stond de zieke op en liep naar buiten, de aankomende Seijo tegemoet en – de twee komen samen, en versmelten tot één persoon.

Alle drie – de vader, Ochu en Seijo – zijn stomverbaasd. De vader zei: ‘Ik weet nu dat de Seijo die in bed lag slechts een lichaam moet zijn geweest waarvan de geest haar had verlaten.’

Ochu zei: ‘De Seijo die mijn vrouw werd, was geen geest. Zij is van vlees en bloed. Zij baarde onze twee kinderen. Hoe kon een geest van een kind bevallen?’
En Seijo zei: ‘Ik wist echt nooit dat ik thuis in bed lag. Ik zag Ochu bitter teleurgesteld vertrekken. En die nacht droomde ik dat ik hem volgde en achter zijn boot aan rende. Maar nu weet ik niet of ik degene was die achterbleef in bed of degene was die de boot volgde.’

 

 

Torei Enji (1721-1795)
Vers van de praktijk van de bodhisattvagelofte

Wanneer ik, eenvoudige discipel, nederig de ware natuur van alle dingen schouw, is alles een manifestatie is van de Tathagata´s geheimnisvolle waarheid. Er is geen partikel, geen ogenblik, dat niet doordrongen is van de Tathagata´s onuitsprekelijke licht.
In dit besef, en met een hart van mededogen, gaven de wijzen van vroeger tedere zorg aan alle levende wezens, ook aan dieren en vogels.
Als wij, in ons eigen leven van alledag, voedsel en kleding die ons beschermen, in dit besef zien, wie zou dan niet eerbiedig dankbaar zijn? Zij zijn het warme vlees en bloed, de barmhartige belichaming van de toewijding en het mededogen van de Boeddha’s.
Als wij levenloze dingen zo kunnen zien, hoeveel te meer moeten wij  ook mensen op die manier bejegen. Vooral naar mensen, met een beperkt begrip, moeten wij invoelend en genegen zijn. Zelfs als zij zich tegen ons keren, ons zwartmaken en koeioneren, moeten wij hen beschouwen als belichaamde bodhisattvas, die in hun groot mededogen vaardige middelen aanwenden om ons te ondersteunen in onze bevrijding van onheilzame daden sinds het beginloze begin ontstaan door onze koppige gehechtheid aan waandenkbeelden.
Met ootmoedige woorden verzaken wij onvoorwaardelijk aan onszelf en het diepste en zuiverste geloof rijst op.
Op de piek van elke gedachte opent een lotusbloem en op elke bloem toont zich een Boeddha. In al zijn schoonheid is het zuivere land overal. Het stralende licht van de Tathagata doordringt de grond waar wij zijn.
Mogen wij deze geest bewaren en haar uitbreiden doorheen de wereld zodat wij en alle wezens mogen groeien in de Boeddha’s wijsheid.

Voorlopige Nederlandse vertaling, samengesteld door Frank De Waele, naar de Engelse vertalingen van Luis O. Gomez, Robert Aitken Roshi en Shodo Harada Roshi,
en aangevuld met persoonlijke opzoekingen.

 

 

 

woke up in the middle of the night
the room asleep in early, sandy light
no one
no move
no more
but open space
to see
‘this life does not belong to me’

Frank De Waele Roshi

 

Citaten gebruikt bij de studie van de Hartsoetra

Ajahn Sumedho, The Mind and the Way
‘Als we onze persoonlijkheid, met haar opvattingen en vooroordelen, het onderwerp van ons bewustzijn laten zijn, ervaren we de realiteit in termen van die persoonlijkheid. Omdat de persoonlijkheid elke vorm kan aannemen, kunnen we opgetogen of depressief zijn, kunnen we ons succesvol of als een mislukking voelen. We leven in een cultuur die sterk de nadruk legt op de persoonlijkheid als zijnde jezelf. Als we ons goed voelen, zijn we gelukkig, als we ons niet goed voelen, zijn we ongelukkig. Dat is de kijk vanuit de persoonlijkheid. Elk succes dat hiermee gepaard gaat is persoonlijk, en elke mislukking is persoonlijk.
Maar wanneer plezier en pijn, oefening en verwijt, worden gezien vanuit het perspectief van het subject dat gewaar is, in plaats vanuit het gezichtspunt van een persoon, is dit de ontwaakte geest. Wanneer we meer en meer mediteren, maken we puur gewaarzijn tot het onderwerp van ons bewustzijn.

vertaald door Frank De Waele naar: D. Side, Buddhism,  p. 101

 

Chyogyam Trungpa
“Wanneer onze beoefening begint te evolueren, zie je dat ego-pijn kan overstegen en opgelost worden. De bron daartoe is een houding van mededogen, een bodhisattva-benadering naar onszelf toe.
Wanneer wij de Hartsoetra beoefenen, zingen wij ‘geen oog, geen oor, geen neus, geen tong, geen lichaam en geen geest.’ Maar in feite betekent dat ‘ik hou van mijn oog, ik hou van mijn oor, ik hou van en ik voel sympathie naar al dat.’ Als je deze houding van sympathie kan aannemen, begint alle ego-pijn uiteindelijk op te lossen.”

vertaald door Frank De Waele naar Chögyan Trungpa, Cutting through Spiritual Materialism

 

 

Koans gebruikt bij de studie van de Hartsoetra

Chimon en het lichaam van prajna
Hekiganroku zaak 90

Een monnik vroeg Chimon: ‘Wat is het lichaam van prajna?’
Chimon antwoordde: ‘De oester zwelgt de volle maan in.’
Een monnik vroeg: ‘Wat is de functie van prajna?’
Chimon zei: ‘Het konijn wordt zwanger.’

 

Joshu’s pasgeboren baby
Hekiganroku zaak 80

Een monnik vroeg aan Joshu: “Heeft een pasgeboren kind de zes zintuigen of niet?”
Joshu zei: “Een bal op de vliedende stroom.”
De monnik keerde terug naar Tosu en vroeg: “Wat betekent ‘een bal op de stroming gooien’?”
Tosu zei: “Moment na moment, het stopt nooit met stromen.”

 

Tozan’s Koud en Warmte
Hekigan roku zaak 43

Een monnik vroeg aan Tozan: “Als het koud en warm is, hoe moeten we ze dan vermijden?”
Tozan zei: “Waarom ga je niet naar een plek waar het niet koud of warm is?”
De monnik vroeg: “Waar is de plek waar het niet koud of warm is?”
Tozan zei, “Als het koud is, dood jezelf met kou. Als het warm is, dood jezelf met hitte.”

 

Shigong’s Leegte
Mana Shobogenzo zaak 248.

Meester Shigong Huizang vroeg Xitang, zijn dharmabroer: “Weet je hoe je leegte moet (be)grijpen?” ?”
Xitang zei: “Ja, ik weet hoe ik leegte moet (be)grijpen.”
Shigong zei, “Hoe (be)grijp je het?”
Xitang greep met zijn hand naar de lucht .
Shigong zei, “Jij weet niet hoe je de leegte moet grijpen.”
Xitang antwoordde, “Hoe grijp je het, oudere broer?”
Shigong pookte zijn vinger in Zhigong’s neusgat en trok aan zijn neus.
Xitang kermde van de pijn en zei: “Het doet pijn! Je trekt mijn neus eraf.”
Shigong zei: ‘Nu kun je het nu vastpakken…’

 

De 42ste patriarch, Ryozan Osho
Denkoroku 42

Ryozan Osho studeerde met de tweede Doan Zenji. De patriarch vroeg hem; ‘Wat is dat onder je kesa?’
Ryozan kon niet antwoorden.
Doan Zenji zei: ‘Het is het meest pijnlijk wanneer iemand die het boeddhisme bestudeert, dit niveau nog niet bereikt heeft.
Nu, jij – vraag het aan mij. Ik zal het je zeggen.’
Ryozan zei: ‘Wat is dat onder je kesa?’
Doan Zenji zei: ‘Intiem.’
Ryozan had onmiddelijk grote satori.

 

Bernie Glassman

‘Ik zou zeggen dat de grote queeste van oudsher niet de zoektocht naar of zelfs de realisatie van Eenheid is geweest – die schijnt al van in het begin te hebben bestaan, maar veeleer het honoreren van elk specifiek, elk individueel aspect van het Ene Lichaam als het Ene Lichaam zelf, zonder iets of iemand uit te sluiten, zonder te eisen dat alle dingen op een bepaalde manier moeten zijn om deel uit te maken van dat Ene Lichaam.’

vertaald door Frank De Waele naar: B. Glassman, Infinite Circle, p. xii

 

Vimalakirti’s ‘onmiddellijke geest is de plaats van verlichting’

Een jonge monnik, toen hij op het punt stond de drukke, lawaaierige stad Vaisali te verlaten, ontmoette Vimalakirti die net in de stad aankwam. Hij vroeg hem waar hij vandaan kwam.
Vimalakirti antwoordde: “Ik kom van de plaats van ontwaken.”
De monnikvroeg hem: “Van de plaats van ontwaken? Waar is dat?
Vimalakirti antwoordde: ‘De onmiddellijke geest zelf is de plaats van ontwaken’.

 

Joshu’s zendo
Joshu roku 214

Een monnik vroeg meester Joshu: ‘Wat is de zendo?’
De meester zei: ‘Van de zendo kom je. Naar de zendo ga je. Alles, overal is de zendo. Er is geen andere plaats.’

vertaald door Frank De Waele naar: J. Green, The Recorded Sayings of Zen Master Joshu

 

 

The Dakini Speaks
Jennifer Welwood

My friends, let’s grow up.
Let’s stop pretending we don’t know the deal here.
Or if we truly haven’t noticed, let’s wake up and notice.
Look: Everything that can be lost, will be lost.
It’s simple — how could we have missed it for so long?
Let’s grieve our losses fully, like ripe human beings,
But please, let’s not be so shocked by them.
Let’s not act so betrayed,
As though life had broken her secret promise to us.
Impermanence is life’s only promise to us,
And she keeps it with ruthless impeccability.
To a child she seems cruel, but she is only wild,
And her compassion exquisitely precise:
Brilliantly penetrating, luminous with truth,
She strips away the unreal to show us the real.
This is the true ride — let’s give ourselves to it!
Let’s stop making deals for a safe passage:
There isn’t one anyway, and the cost is too high.
We are not children anymore.
The true human adult gives everything for what cannot be lost.
Let’s dance the wild dance of no hope!

 

zie: http://jenniferwelwood.com/poetry/the-dakini-speaks/

 

 

Unconditional
Jennifer Welwood

Willing to experience aloneness,
I discover connection everywhere.
Turning to face my fear,
I meet the warrior who lives within.
Opening to my loss,
I gain the embrace of the universe.
Surrendering into emptiness,
I find fullness without end.

Each condition I flee from pursues me,
Each condition I welcome transforms me
And becomes itself transformed
Into its radiant jewel-like essence.
I bow to the one who has made it so,
Who has crafted this Master Game.
To play it is purest delight.
To honor its form — true devotion.

 

zie: http://jenniferwelwood.com/poetry/unconditional/

 

 

 

Bestijging van de Berg Karmel
Sint-Jan van het Kruis

Om te komen tot wat ge niet weet,
moet ge gaan langs waar ge niet weet.

Om te komen tot wat ge niet geniet,
moet ge gaan langs waar ge niet geniet.

Om te komen tot wat ge niet bezit,
moet ge komen langs waar ge niet bezit.

Om te komen tot wat ge niet zijt,
moet ge gaan langs waar ge niet zijt.

 

Wilt ge ertoe komen alles te weten,
wens dan in niets iets te weten.

Wilt ge ertoe komen alles te genieten,
wens dan in niets iets te genieten.

Wilt ge ertoe komen alles te bezitten,
wens dan in niets iets te bezitten.

Wilt ge ertoe komen alles te zijn,
wens dan in niets iets te zijn.

 

Zodra ge staan blijft bij iets,
houdt ge op met naar het Al te streven.

Want om van alles tot het Al te komen,
moet ge U geheel en al van alles ontdoen.

Wanneer ge ertoe gekomen bent het Al te bezitten,
moet ge het bezitten zonder iets te verlangen.

 

In deze ontbloting vindt de geest rust en vrede.
Omdat hij niets begeert,
drijft niets hem naar boven
en niets drukt hem naar beneden.
Hij rust in het middelpunt van zijn nederigheid.

in: Joannes van het Kruis, Mystieke werken, boek I, 13, nrs. 10-13, blz. 555-556.

 

 

 

Als ik heel stil ben
Dorothee Sölle

 

Als ik heel stil ben
kan ik vanuit mijn bed
de zee horen ruisen                                                        
maar het is niet genoeg heel te stil zijn
ik moet ook mijn gedachten van het land lostrekken        

Het is niet genoeg de gedachten van het vasteland los te maken
ik moet ook het ademen aanpassen aan de zee
omdat ik bij het inademen minder hoor

Het is niet genoeg de adem aan te passen aan de zee
ik moet ook handen en voeten het ongeduld ontnemen

Het is niet genoeg handen en voeten te verzachten
ik moet ook de beelden van mij weggeven                          

Het is niet genoeg de beelden weg te geven
ik moet ook ophouden met moeten

Het is niet genoeg het moeten te laten
zolang ik het ik niet verlaat

Het is niet genoeg het ik te laten
ik leer vallen

Het is niet genoeg te vallen
maar terwijl ik val
en mezelf ontzink                                     
hou ik op
de zee te zoeken
omdat de zee nu
van de kust naar boven              
en in mijn kamer gekomen
om mij is

Als ik heel stil ben.

 

vertaling: F. De Waele van ‘Wenn ich ganz still bin’ van D. Sölle, waarvan de bibliografische verwijzing voorlopig nog niet getraceerd is.    

 

 

Unmon’s ziekte (Hekiganroku zaak 87)

Meester Unmon sprak tot de monniken: ‘Ziekte en medicijn stemmen wederzijds overeen tot elkaar. Het hele universum is medicijn. Wat is het zelf?’
Meester Unmon antwoordde zelf: ‘Men komt onkruid tegen en het blijkt een orchidee te zijn.’

 

 

Santideva

‘Waar zou er leer genoeg zijn om de hele wereld te bedekken?
Met alleen het leer van mijn sandalen,
is het alsof de hele wereld bedekt is.

Net zo, ben ik ook niet in staat om uiterlijke verschijnselen te beheersen,
maar ik zal mijn eigen geest in toom houden.
Wat is de noodzaak om iets anders te beteugelen?’

 

uit: De weg tot het inzicht, Bodhicaryavatara, 5: 13-14

 

Viktor Frankl

“Tussen stimulans en reactie is er een ruimte. In die ruimte is onze kracht om onze reactie te kiezen. In ons antwoord ligt onze groei en onze vrijheid.”

‘In zijn boek Man’s Search for Meaning schreef Dr. Frankl over de psychologische impact van het leven als gevangene in de nazi-concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog. Zijn moeder, vader, broer en zwangere vrouw werden allemaal gedood in de kampen. Dr. Frankl beschrijft in ijzingwekkende details hoe zijn bewakers hem vrijwel alles van persoonlijke waarde en menselijke waardigheid afnamen.

Het enige dat de nazi’s hem niet konden afnemen was zijn keuze om te reageren op de ontbering, de vernedering en het trauma waaraan hij werd blootgesteld. Hij maakte een bewuste keuze om zijn energieën te richten op het “bezitten” van die kleine maar zeer belangrijke ruimte tussen de stimulans (wat er ook tegen hem gezegd of gedaan werd) en zijn reactie daarop. Zijn vermogen om die mate van psycho-spirituele autonomie te behouden in de meest afschuwelijke omstandigheden die men zich kan voorstellen, is een opmerkelijk voorbeeld van intrapersoonlijke kracht […]’

vertaald door F. De Waele naar deze webpagina

 

 

 

AFGROND

Ik kijk zodanig naar de Taag
dat ik vergeet dat ik kijk onder ’t kijken,
en plotseling rijst de vraag
als mijn gedachten verder reiken –
wat is rivier-zijn, wat is stromen?
Wat-is-hier-staan-dromen?

En ineens lijkt alles mij loos
en leeg, deze plek, dit moment,
alles is ineens zo inhoudsloos –
zelfs dat ik mij denkend afwend.
Alles – ik en de wereld in het rond –
is ontdaan van elke grond.

Alles raakt zijn wording kwijt
en verdwijnt uit mijn hoofd.
Wezen, idee, identiteit
zijn van elke band beroofd
met de aarde, hemel en mijn lot…

En plotseling ontmoet ik God.

 

 

uit: Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf.
Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens.
De Arbeiderspers

 

 

Lucy Hone, The Three Secrets of Resilient People
TEDx Christchurch conference.
Klik hier voor de Ted-talk

Hier vind je volledige, uitgeschreven tekst in het Engels (Full Transcript)

 

 

 

Op 8 april vierden wij online de geboorte van Sjakjamoeni Boeddha, het zogenaamde Bloemenfeest (Jap. Hanamatsuri).
Volgens de overlevering werd de historische Boeddha vijfentwintig eeuwen geleden als prins geboren in een klein koninkrijk aan de voet van de Himalayas. De eerstgeborene kreeg de naam Siddhartha, letterlijk ‘hij die zijn streefdoel verwezenlijkt heeft’. 
Naar het verhaal gaat, zette de kleine Siddhartha na zijn geboorte in de tuin van Lumbini zeven stappen, keek in de vier richtingen, wees met één hand naar de hemel en met de andere naar de aarde, en zei: ‘Boven de hemel, onder de hemel, ik alleen ben de Geëerde.’

Deze uitspraak van de kleine  Siddhartha zijn de  eerste twee regels van het zogenaamde ‘geboortevers van de Boeddha’, dat hij volgens de legende na zijn geboorte  in het Lumbinī-bos heeft voorgedragen. Het volledige vers luidt:

‘Boven de hemel, onder de hemel,
Ik alleen ben de Geëerde.
De drievoudige wereld is vol leed.
Ik ben het die het zal lenigen.’

Dit vers komt in deze vorm uit de ‘Gemengde teksten’ van de Mūlasarvāstivāda Vinaya.

 

 

 

 

 

 

In elke Japanse tempel richt men ter gelegenheid van het Bloemenfeest een altaar op met een beeldje van de baby Boeddha die naar de hemel en naar de aarde wijst. Men versiert het beeld met bloemen en baadt het door zoete thee te plengen. Volgens de legende liet een negenkoppige draak het bij de geboorte van de Boeddha zoete thee regenen, waarin de nieuwgeborene werd gewassen.

 

 

huopopo (Ch. 活泼泼) levendig als een opspringende vis
Lees meer

 

 

Sereniteitsgebed
‘God, geef mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan veranderen
en de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.’

Reinhold Niebuhr

Lees hier meer over dit beroemde gebed
en ook hier

 

DODE ASSE EN LEVENDE KOOLTJES

Isan deed ‘s nachts laat alleen in het zendo zazen, toen zijn leraar Hyakujo hem zag zitten.
Hyakujo vroeg: “Wie zit er hier in het donker?”
Isan antwoordde: “Ik ben het, meester, het is Isan.”
Daarop vraagt Hyakujo aan Isan om de haard op te rakelen en de kolen op te poken.
Isan staat op, gaat naar de haard en zoekt naar brandende kolen, maar vindt er geen.
‘Het vuur is gedoofd.’ zegt Isan.
Hyakujo neemt daarop de kolentang, pookte ze diep in de as en sintels en vindt een klein, gloeiend kooltje.
Hij steekt het omhoog en vraagt: “Wat is dit?”

facebook