Intern reglement
van Zen Sangha vzw

versie 1.0, aanvaard en goedgekeurd
door de Algemene Vergadering van Zen Sangha vzw
op 12 juni 2021

 

Zen Sangha wil een veilige plaats zijn waar beoefenaars het diepgaande werk van loslaten kunnen aangaan. Daarom verbindt Zen Sangha vzw zich ertoe een omgeving te creëren die vrij is van grensoverschrijdend gedrag en misbruik, discriminatie en middelenmisbruik. Deze onheilzame gedragingen zijn onverenigbaar met de kernwaarden en -doelen van de Zen Sangha, die gebaseerd zijn op de Zestien Bodhisattva Geloften.[1]

Deze Zestien Geloften staan centraal in onze beoefening omdat ze de basis zijn voor een heilzaam leven. Maar deze leefregels geven geen specifieke richtlijnen of concrete instructies voor onze dagelijkse activiteiten. Evenmin detailleren zij gedrag dat vermeden moeten worden of geven remedies aan wanneer er problematische gedrag of conflicten zijn.
De ervaring en het voortschrijdend inzicht leren dat de leefregels alleen niet voldoende zijn om de integere werking van een zengemeenschap te waarborgen.

In dit document, dat de interne verhoudingen en afspraken binnen de gemeenschap wil regelen, worden daarom enkele basisnormen en -procedures vastgelegd, zodat aan alle Zen Sanghabeoefenaars een duidelijk en veilig kader wordt aangereikt. Dit intern reglement is een voorlopige neerslag van studie en overleg binnen de gemeenschap en zal in de komende tijd verder uitgewerkt, verfijnd en aangepast worden.

*

Zen Sangha heeft het volgende ethisch beleid en de volgende procedures voor conflictbeheersing en -oplossing aangenomen. Zij baseert zich daarvoor op de statuten van Zen Sangha vzw en op het Ethisch en Deontologisch Charter van de Boeddhistische Unie van België, dat de Zen Sangha onderschreef.[2]

.

Alle elementen over grensoverschrijdend gedrag en misbruik in dit Charter zijn dan ook integraal onderdeel van dit intern reglement en omhelzen bepalingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik, over fysiek geweld en over psychologisch, sociaal, financieel, institutioneel en spiritueel misbruik.

Ook de specifieke toelichtingen van het Charter over de situatie van de vrijwilligers, over de rol van de leraar en over de werknemers en de psychosociale risico’s op het werk maken onverkort deel uit van dit interne reglement.

Zoals statutair bepaald mag gedrag binnen de Zen Sangha vzw niet in strijd zijn met de geldende wetgeving.

.

Al diegenen die deelnemen aan de activiteiten van de Zen Sangha, zijn verplicht zich aan dit intern reglement te houden. Als dusdanig zijn zij onderworpen aan, en kunnen zij gebruik maken van, de hierin beschreven procedures voor het behandelen van klachten.
Zij die binnen de Zen Sangha uitgenodigd zijn een leidinggevende functie te vervullen, zoals zenleraren, assistent-leraren in opleiding, priesters, bestuursleden, verantwoordelijken van lokale Zen Sanghagroepen en vertrouwenspersonen, zijn onderworpen aan een verantwoordingsplicht in overeenstemming met hun grotere verantwoordelijkheid en autoriteit.

 

 

AANVULLINGEN

Naast de elementen van het Ethisch en Deontologisch Charter van de B.U.B. bevat dit intern reglement de volgende aanvullingen:

 

Beoefenen van gezonde relaties en grenzen

Wij proberen bij Zen Sangha een omgeving te scheppen waarin we heldere en mededogende relaties kunnen cultiveren en waarin de beoefenaars aangemoedigd worden om zich op de beoefening te richten.

.

Elke respectloze, discriminerende of voorkeursbehandeling van anderen op basis van ras, geslacht, seksuele geaardheid, geslachtsidentiteit, burgerlijke staat, leeftijd, handicap, inkomen, politieke opvattingen, religie, etniciteit of nationale afkomst is in strijd met de ethische richtlijnen van de Zen Sangha.

.

Seksuele avances, of zelfs handelingen, die een eerdere verbintenis (bv. huwelijk) schenden, kunnen anderen schade berokkenen en worden beschouwd als grensoverschrijdend. Wanneer ze bedrog inhouden, overtreedt dit bijkomende leefregels. Wanneer anderen in het bedrog worden meegesleept, schept dat disharmonie in de gemeenschap.
.

Daarenboven wordt van zenleraren, assistent-leraren in opleiding en priesters verwacht dat zij ook buiten de sangha in al hun hoedanigheden de hoogste normen van integriteit handhaven in alle persoonlijke relaties.

 

Vertrouwelijkheid

Informatie die gedeeld wordt tijdens studiegroepen en in andere contexten (vb. luisterkring, vollemaanceremonie, denkgroep) moet met respect behandeld worden. In dergelijke praktijkmomenten onthullen mensen soms persoonlijke details, die niet achteloos of zonder toestemming moeten worden gedeeld.
.

Beoefenaars onthouden zich ook om te praten over de inhoud van de privégesprekken (dokusan of daisan) met een leraar of over hun koanstudie met een leraar. De leraar is de student begeleiding, steun en wijsheid verschuldigd, terwijl de student de leraar respect verschuldigd is.

.

Zenleraren en assistent-leraren in opleiding respecteren de intimiteit en gevoeligheid van alle persoonlijke ontmoetingen (dokusan, daisan, en persoonlijke gesprekken) met beoefenaars. Zij behandelen zaken die daar besproken worden als privézaken, die gedeeld worden binnen de context van beoefening en training in de Dharma.
In bepaalde gevallen moeten leraren echter over zulke vertrouwelijkheden kunnen overleggen met andere leraren, met assistent-leraren in opleiding, met de voorzitter van de vzw, met de vertrouwenspersonen van de sangha of, desgevallend, met deskundigen.
Persoonlijke details die onthuld worden tijdens interviews en die niet relevant zijn voor de beoefening of voor het welzijn van de sangha mogen niet gedeeld worden.

.

Beoefenaars houden voor ogen dat vertrouwelijkheid en verzwijgen twee verschillende dingen zijn. Als algemene richtlijn kunnen we vertrouwelijkheid toepassen op informatie die een individu onder vier ogen wenst te houden of die alleen maar gênant of onaangenaam is, maar waarbij geen sprake is van huidige of toekomstige schade aan anderen. Verzwijgen van een ethische overtreding slaat op het verhullen van wangedrag of van voortdurende, toekomstige of mogelijke schade.
Geen enkele beoefenaar, op welk niveau ook, zou zich verplicht moeten voelen om een ethische overtreding binnen de sangha te verzwijgen.

 

Verplichte melding kindermishandeling

Kindermishandeling omvat elke situatie waarbij het kind slachtoffer is van bedreigende en/of gewelddadige handelingen van lichamelijke, psychische of seksuele aard. Het is verplicht in ons land om een minderjarige die in ernstig gevaar verkeert rechtstreeks of via een instelling te helpen, anders kan men beschuldigd worden van het niet verlenen van bijstand aan een persoon in nood.[3]

 

Duale relaties en professionele conflicten

Professionals in de geestelijke gezondheidszorg en hulpverleners worden gevraagd gevoelig te zijn voor de mogelijke complexiteit van dubbele relaties die kunnen ontstaan wanneer zowel de hulpverlener als de cliënt oefenen in de Zen Sangha.

.

Van psychologen, psychotherapeuten, maatschappelijk werkers, advocaten en artsen wordt verwacht dat zij zich houden aan de ethische codes van hun beroepsgroep.

.

Om de duidelijkheid en integriteit van de leraar-student relatie te bewaren zal de zenleraar of de assistent-leraar in opleiding zelf geen dubbele relaties met beoefenaars aangaan.

.

Een bijzondere en onvermijdbare duale relatie is die waarbij de zenleraar enerzijds statutair de spirituele en morele leider van Zen Sangha vzw is en anderzijds haar werknemer is. Dit vraagt om een specifieke zorg.

 

Middelenmisbruik

Er mogen geen illegale drugs worden meegebracht naar activiteiten van de Zen Sangha. Ook het onder invloed zijn van alcohol of drugs op praktijkplaatsen van Zen Sangha is in strijd met haar ethische richtlijnen.

 

Over de interne werking

De leden van het Bestuursorgaan, de vertrouwenspersonen en de assistent-leraren in opleiding zijn actieve beoefenaars in de gemeenschap, zijn lid van Zen Sangha vzw, zijn student van (shoken) en in training bij de verantwoordelijke zenleraar verbonden aan de Zen Sangha, en nemen vertrouwelijkheid in acht i.v.m. de inhoud van de vergaderingen en/of het overleg.

.

De verantwoordelijken van de lokale Zen Sanghagroepen worden benoemd door de zenleraar en leggen aan hem verantwoording af over het reilen en zeilen binnen en de begeleiding van de lokale groep.
Daarnaast leggen zij ook verantwoording af aan het Bestuursorgaan i.v.m. de financiële en organisatorische werking van de lokale groep.

.

Het Bestuursorgaan verbindt zich tot een transparante en regelmatige communicatie over haar beleid naar de gemeenschap toe.

 

 

DE VERTROUWENSPERSONEN

In de dagelijkse sangha-interacties kunnen zich onenigheden, conflicten, misverstanden en/of onethisch gedrag voordoen. Soms zijn de ethische grenzen in kwestie niet duidelijk of helder.
Om dergelijke zaken te berde te brengen kunnen beoefenaars van de Zen Sangha beroep doen op de vertrouwenspersonen van de Zen Sangha, die ook samen als de Vertrouwenscirkel voor Ethiek, Verzoening en Heling (kunnen) optreden.

De drie vertrouwenspersonen worden door het Bestuursorgaan benoemd voor een ambtstermijn van vier jaar. Zij baseren zich voor hun rol op de statuten en het intern reglement van Zen Sangha vzw en op het Ethisch en Deontologisch Charter van de B.U.B. De vertrouwenspersonen werken in de geest van de Sanghasoetra en van White Plum Asanga Code of Ethical Conduct.  Zij zijn bereid om zich bij te scholen voor hun rol.
De vertrouwenspersonen bewaren strikte vertrouwelijkheid, maar mogen met de andere vertrouwenspersonen in de Vertrouwenscirkel overleggen.
Leden van het Bestuursorgaan kunnen geen vertrouwenspersoon zijn.

Indien nodig en als er, gezien de situatie, geen andere mogelijkheid is, kunnen beoefenaars van de Zen Sangha beroep doen op de volgende externe vertrouwenspersonen:

  • de twee vertrouwenspersonen van de Boeddhistische Unie van België van wie de contactgegevens hier te vinden zijn.
  • de externe vertrouwenspersoon (nog te bepalen)

Voor het welzijn van de gemeenschap probeert men uiteraard eerst intern de verschillende stappen van de Procedure voor conflictbeheersing en -oplossing uit vóór men zich richt tot één van de externe vertrouwenspersonen.

 

 

 

DE VERTROUWENSCIRKEL VOOR ETHIEK, VERZOENING EN HELING

Het Bestuursorgaan stelt een permanente Vertrouwenscirkel voor Ethiek, Verzoening en Heling in op een wijze die zij het meest geschikt acht, als een permanent comité om te helpen bij het oplossen van conflicten, het verduidelijken van ethische kwesties, en het reageren op beschuldigingen van wangedrag.

De Vertrouwenscirkel bestaat uit de drie vertrouwenspersonen.
De ambtstermijn van de leden van de Vertrouwenscirkel is vier jaar, maar bij de instelling van de Vertrouwenscirkel is men akkoord om na de eerste drie jaar jaarlijks telkens één vertrouwenspersoon te vervangen. Na een jaar afwezigheid in de Vertrouwenscirkel kan een persoon opnieuw als vertrouwenspersoon worden aangesteld.

Indien er een formele klacht bij de Vertrouwenscirkel binnenkomt, zal zij daarvan bondig en vertrouwelijk melding maken aan de voorzitter van de vzw, die dan het Bestuur inlicht.

De Vertrouwenscirkel bezorgt jaarlijks een kort verslag aan het Bestuursorgaan.

De namen van de leden van de Vertrouwenscirkel zullen op de website van de sangha worden bekendgemaakt.

 

PROCEDURE VOOR CONFLICTBEHEERSING EN -OPLOSSING

Conflicten zijn een normaal onderdeel van het menselijk gedrag en komen dan ook voor in een spirituele gemeenschap. Dit is natuurlijk en onvermijdelijk.
Conflicten verwijzen naar niet erkende, aanslepende, interpersoonlijke onenigheden, en naar onheilzame situaties en dynamieken binnen de gemeenschap waardoor die en haar leden negatief worden beïnvloed.[4]

Vanuit het perspectief van de zenpraktijk biedt een conflict de mogelijkheid tot persoonlijke groei en kan het dienen als een aanzet tot ontwaken en transformatie.

Alle partijen in een conflict binnen de gemeenschap wordt gevraagd om diepgaand zelfonderzoek te verrichten en de volgende stappen te nemen om de situatie aan te pakken voordat deze uit de hand loopt. Ook wordt hen gevraagd verzoening, heling en herstel na te streven.

 

Stap één: Ga rechtstreeks naar de betrokkene(n).
Probeer om rechtstreeks met elkaar te praten. Wij moedigen face-to-face interactie aan en ontmoedigen het gebruik van e-mail of andere indirecte communicatie. Persoonlijk contact kan ongemakkelijk zijn, maar toch is het belangrijk om dit te doen. De bedoeling hier is om zo rechtstreeks mogelijk te zijn en te voorkomen dat men de kans op rechtstreekse communicatie voorbij laat gaan.[5]

Als rechtstreeks spreken niet past bij de situatie of als pogingen om face-to-face te spreken geen succes hebben gehad, kan men hulp vragen van de leraar of van een vertrouwenspersoon. Men zal dan gesteund en begeleid worden bij het nemen van beslissingen en bij de volgende stappen.

 

Stap Twee: Gefaciliteerde bijeenkomst.
In een situatie waarin een facilitator nodig is, zal de vertrouwenspersoon of de Vertrouwenscirkel voor Ethiek, Verzoening en Heling de betrokken partijen helpen een geschikte facilitator te kiezen. Alle partijen bij het conflict moeten instemmen met de keuze van de facilitator en de wijze van faciliteren (bijv. council, gesprek, bemiddeling) alvorens verder te gaan. Als de partijen hierover niet tot overeenstemming kunnen komen, zal de Vertrouwenscirkel een facilitator en een facilitatiemethode aanduiden.

Er kunnen zich situaties voordoen waarin een snelle oplossing niet mogelijk is. De leden van de Vertrouwenscirkel verbinden zich ertoe met deze situaties te oefenen door ruimte te blijven bieden voor introspectie, door diep te luisteren, door naar waarheid te spreken, en te blijven werken aan actie(s) die alle partijen ten goede komen. 

 

Stap Drie: Een formele, schriftelijke klacht.

Deze paragraaf voorziet in een meer formele klachtenprocedure, mochten eerdere, minder formele stappen onvoldoende doeltreffend blijken.

Indien rechtstreekse of gefaciliteerde gesprekken niet tot verzoening en herstel leiden, kunnen één of beide partijen de Vertrouwenscirkel voor Ethiek, Verzoening en Heling om bijstand vragen bij het oplossen van het conflict. Het doel is te komen tot herstel, verzoening en groei.  Met name in gevallen waarin sprake is van een daadwerkelijke overtreding van de wetgeving, zal de Vertrouwenscirkel echter naar eigen inzicht bepalen of, naast een juridische oplossing, ook intern een herstelgerichte of disciplinaire aanpak het meest geschikt is.

Elke beoefenaar in de Zen Sangha kan onopgeloste ethische kwesties of interpersoonlijke conflicten voorleggen aan een lid van de Vertrouwenscirkel voor overleg, steun en advies en daarop een schriftelijke, formele klacht indienen bij de Vertrouwenscirkel. Een beoefenaar die een dergelijke kwestie zo te berde brengt, zal hierdoor zijn aanzien binnen de sangha niet verliezen. De Vertrouwenscirkel zal de kwestie dan behandelen zoals het dat het beste acht. De Vertrouwenscirkel kan aanvullende informatie vragen, en heeft als enige de bevoegdheid om te beslissen of de kwestie als een formele klacht wordt geregistreerd. De Vertrouwenscirkel kan, naar eigen goeddunken, een ontmoeting organiseren met diegenen die direct betrokken zijn bij de zaak die aanleiding geeft tot de klacht, afzonderlijk of gezamenlijk, evenals met andere personen die mogelijk informatie kunnen verschaffen over de kwestie.

Bij zijn/haar verschijning voor de Vertrouwenscirkel mag een persoon tegen wie een formele klacht is ingediend, zich laten vergezellen door een bijstandspersoon, die hij/zij uit de leden van de Zen Sangha mag kiezen, indien hij/zij dit wenst.

Het doel van deze stap in de procedure voor conflictbeheersing en -oplossing is verzoening, herstel en groei te brengen. De Vertrouwenscirkel kan echter formele disciplinaire maatregelen of verwijzing naar gerechtelijke instanties voorstellen, mochten verzoening en herstel, naar het oordeel van de Vertrouwenscirkel, niet haalbaar blijken.

De Vertrouwenscirkel moet de persoon die de klacht heeft ingediend binnen een maand na ontvangst van de klacht schriftelijk antwoorden, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, met een verklaring van haar besluit, de reden(en) voor dat besluit en haar aanbevelingen, die ook aan het Bestuursorgaan zullen overgemaakt worden.  De mogelijke aanbevelingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, een van de volgende: de constatering dat er geen sprake is van een inbreuk, de suggestie van verdere bemiddelingspogingen om tot herstel te komen, vervolgbijeenkomsten met de betrokken partijen, een vaststelling waarin enige inbreuk wordt erkend, een terugdraaiing van een administratief besluit, een persoonlijke en bemiddelde verontschuldiging, een persoonlijke berisping, een openbare verontschuldiging, een openbare afkeuring, herstel indien mogelijk, een aanbeveling voor psychologische begeleiding of een soortgelijk programma, een proeftijd, een schorsing of een ontslag.

In het geval een formele klacht betrekking heeft op één van de vertrouwenspersonen zelf, dan zal de voorzitter van de Zen Sangha vzw de betrokkene tijdelijk vervangen in de Vertrouwenscirkel.

Bepaalde ethische overtredingen kunnen resulteren in aanbevelingen die betrekking hebben op het spirituele pad van de betrokkene.  Hoewel de Vertrouwenscirkel dergelijke sancties kan aanbevelen, berust de beslissing over het al dan niet opleggen van dergelijke maatregelen uitsluitend bij de verantwoordelijke leraar verbonden aan de Zen Sangha.

Elke beoefenaar in de Zen Sangha kan bij het Bestuursorgaan schriftelijk in beroep gaan tegen het besluit of de aanbevelingen van de Vertrouwenscirkel. Van het Bestuursorgaan wordt echter verwacht dat zij ervan uitgaat dat de Vertrouwenscirkel te goeder trouw en met de nodige zorgvuldigheid heeft gehandeld, en dat zij de bevindingen van de Vertrouwenscirkel niet lichtvaardig terzijde schuift. Het recht van beroep is niet van toepassing indien de Vertrouwenscirkel het Bestuursorgaan reeds bij het besluitvormingsproces heeft betrokken.

Een formele klacht en de bijbehorende documenten zullen door de Vertrouwenscirkel worden bewaard gedurende de periode die het geschikt acht en dit volgens de GDPR-regelgeving.

 

BIJLAGE.

DE ZESTIEN BODHISATTVA-GELOFTEN IN DE ZEN SANGHA

 

Eén zijn met de Boeddha.

Eén zijn met de Dharma

Eén zijn met de Sangha.

 

Ik neem mij voor geen kwaad te doen.
Ik neem mij voor goed te doen.
Ik neem mij voor goed te doen voor anderen.

 

Ik neem mij voor niet te doden.
Ik neem mij voor niet te stelen.
Ik neem mij voor niet begerig te zijn en mij seksueel niet te misdragen.
Ik neem mij voor niet te liegen.
Ik neem mij voor niet in waan te leven.
Ik neem mij voor niet te spreken over fouten en tekortkomingen van anderen.
Ik neem mij voor mezelf niet op te hemelen noch anderen neer te halen.
Ik neem mij voor niet gierig te zijn.
Ik neem mij voor niet toe te geven aan kwaadheid en haat.
Ik neem mij voor geen kwaad te spreken over de Drie Juwelen.

 

[1] zie bijlage: De zestien Bodhisattva-geloften

[2] zie: https://www.zensangha.be/ethisch-en-deontologisch-charter/

[3] Zie: https://www.belgium.be/nl/familie/koppel/gezinsproblemen

[4] zie hier bijvoorbeeld: Key Concepts in Human Interaction, Sangha Sutra, p. 20 –

[5] Voor suggesties over rechtstreeks spreken, zie ‘Richtlijnen voor het spreken met anderen.’

 

 

Ethisch en deontologisch charter
van de Boeddhistische Unie van België (BUB)

 

Zen Sangha onderschrijft en verbindt zich tot dit vernieuwde en aangevulde ‘Ethisch en deontologisch charter’ van de Boeddhistische Unie van België (BUB). Elk jaar zal dit document herzien en desnoods aangepast worden.

Verder staat op deze pagina ook de contactinformatie van onze vertrouwenspersoon en van de Aanspreekpersonen Integriteit (vertrouwenspersonen) van de BUB.
Tenslotte vind je ook informatie over psychosociale risico’s op het werk.

 

 

ETHISCH ET DEONTOLOGLISCHE CHARTER

Grensoverschrijdend gedrag en misbruik in boeddhistische gemeenschappen

Versie: 27-04-2021
zie ook: http://www.buddhism.be/nl/ethiek/ethisch-en-deontologisch-charter

 

 

1       De vaststelling

Grensoverschrijdend gedrag en misbruik kunnen verschillende vormen aannemen – economisch, lichamelijk, psychisch, seksueel, institutioneel en structureel.

Wij beseffen dat in de spirituele context er zich vormen van grensoverschrijdend gedrag en misbruik kunnen voordoen. Het is echter essentieel dat iedere beoefenaar de Dharma kan ontmoeten in een respectvolle, veilige en zorgzame omgeving.

Daarom dient iedereen die verantwoordelijkheid draagt m.b.t. bestuur of onderricht bij de lidverenigingen van de Boeddhistische Unie van België erover te waken dat iedereen er het huidige ethisch en deontologisch charter respecteert.  Het is gebaseerd op de noodzaak om alle lijden te vermijden en om de zorg voor het welzijn van de andere te bevorderen.

De statuten van de BUB leggen elke lidvereniging op om te waken over het respecteren van dit charter binnen haar vereniging en aan elke leraar om er zijn gedrag mee in overeenstemming te brengen. Bovendien stelt de Boeddhistische Unie van België vertrouwenspersonen ter beschikking van beoefenaars die een gesprek zouden wensen buiten hun eigen gemeenschap of een opvolging door de Ethische en Deontologische Commissie van de Boeddhistische Unie van België.

2       Algemeen Beleid van de Boeddhistische Unie van België

Het beleid behandelt drie domeinen: een kwaliteitsbeleid, een preventiebeleid en een behandelingsprocedure bij melding.

2.1      Kwaliteitsbeleid

  1. Periodiek verdiepen van het huidige charter dankzij de bijdragen van de verenigingen
  2. Polsen naar en nagaan van de algemene situatie.
  3. Het bevorderen van ‘best practices’ met de lidverenigingen van de Europese Boeddhistische Unie
  4. Historische, culturele en maatschappelijke narratieven[1] in vraag stellen en evalueren die gedrag tot stand brengen of legitimeren dat lijden kan veroorzaken.
  5. Beroep doen op advies van onafhankelijke, externe experten

2.2      Preventiebeleid

    • Het lidmaatschap van de verenigingen bij de BUB en de benoeming tot boeddhistisch consulent afhankelijk maken van de ondertekening van het huidige charter.
    • Organisatie van vorming en het ter beschikking stellen van informatie rond de problematiek van grensoverschrijdend gedrag en misbruik met o.a. opleidingen, forums en uitwisseling van goede praktijken ten behoeve van de verantwoordelijken van de verenigingen.
    • Verenigingen aanmoedigen om een intern debat te organiseren over deze problematiek en om in hun lokalen en op hun website de volgende informatie ter beschikking te stellen:
      • de tekst van het huidige charter
      • de contactgegevens van de Aanspreekpersonen Integriteit van de vereniging en deze van de Aanspreekpersonen Integriteit van de BUB.
    • De verenigingen die hierom vragen helpen om adequate mechanismen in voege te laten treden om waakzaamheid te garanderen en om daartoe een huishoudelijk reglement op te stellen.
    • De contactinformatie publiceren op de website van de BUB van onafhankelijke en externe gespecialiseerde meldpunten.
    • De contactinformatie publiceren op de website van de BUB van Aanspreekpersonen Integriteit (M en V) in elk van de 3 taalgebieden van België
    • Een lijst van bevoegde therapeuten en diensten aanleggen.

2.3      Behandelingsprocedure bij melding

A. Van zodra grensoverschrijdend gedrag of misbruik ter kennis gebracht wordt van de BUB of wanneer er serieuze aanwijzingen van dergelijk gedrag zijn, dienen de organen van de BUB:

  1. het veronderstelde slachtoffer te horen;
  2. de verantwoordelijken van de betrokken vereniging te raadplegen;
  3. de nodige maatregelen te nemen om de integriteit van elke betrokken persoon te waarborgen;
  4. de Ethische en Deontologische Commissie te belasten met een informatieopdracht om op korte termijn de raad van bestuur in te lichten, zodat deze kan beoordelen
    1. welke initiatieven overwogen kunnen worden om het slachtoffer de gepaste hulp te bieden in haar of zijn specifieke situatie ;
    2. welke stappen ondernomen dienen te worden ten opzichte van de dader en de betreffende vereniging;
    3. of er een potentieel gevaar bestaat van strafrechtelijke inbreuk, en het dus al dan niet noodzakelijk is om de politiediensten op de hoogte te brengen van de feiten indien het slachtoffer zich hiervan zou onthouden;
    4. of, in geval van strafrechtelijke inbreuk, het al dan niet aangewezen is om de neerlegging van de functie ongedaan te maken.

B. In geval van strafrechtelijke klacht, zonder afbreuk te doen aan het vermoeden van onschuld, maar als voorzorgsmaatregel, contractueel de verplichting voorzien – voor de boeddhistisch consulent bezoldigd door de Staat – om onmiddellijk zijn functies neer te leggen.

De verenigingen aanmoedigen om dezelfde regel aan te nemen jegens hun leraren of begeleiders die als vrijwilliger actief zijn of waarvan de bezoldiging niet ten laste valt van de Staat.

 

C. Als de dader en/of de vereniging waar hij van afhangt de beslissingen van de raad van bestuur van de BUB betwist(en), hebben zij de mogelijkheid de arbitrage van de algemene vergadering in te roepen. Deze zal dan de leden aanduiden van een speciale commissie binnen de BUB zodat deze een rapport kan opstellen voor de algemene vergadering.

 

3       Grensoverschrijdend gedrag en misbruik

3.1      Inleiding

Grensoverschrijdend gedrag en misbruik is een breed maatschappelijk fenomeen. Het vindt meestal plaats binnen de familie, maar komt ook voor bij instellingen, organisaties, (sport)verenigingen of in de werkomgeving. Ook levensbeschouwelijke milieus worden er niet van gespaard. 

MISBRUIK: elke vorm van grensoverschrijdend gedrag, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, waar geen wederzijdse toestemming voor bestaat, en/of die op een of andere manier is afgedwongen, en/of waar het slachtoffer minderjarig is of in een afhankelijke relatie staat.

De spirituele omgeving kent enkele typische kenmerken die aanleiding kunnen geven tot het ontstaan en het doen voortduren van grensoverschrijdend gedrag of misbruik (positie, charisma en ‘eenzaamheid’ van de begeleider, kwetsbaarheid en devotie van de begeleide, intimiteit van de begeleidingsrelatie, diepgang van het spirituele groeiproces dat vele aspecten van de persoon raakt, enz.).

Grensoverschrijdend gedrag en misbruik:

  • veroorzaakt veel pijn, lijden en negatieve effecten voor de betrokkenen en hun gemeenschap;
  • is niet te verzoenen met de ethische leefregels van de boeddhistische traditie, die inhouden dat relaties noch schade mogen berokkenen aan derden, noch aan zichzelf ;
  • wijzen meestal op een structureel probleem binnen de gemeenschap (onwetendheid, ontkenning, onduidelijke interne communicatie, geruchten, relativeren van de feiten, geheimhouding, enz.).

Bij het beoordelen van het gedrag van een boeddhistische leraar is het nodig onderscheidingsvermogen aan de dag te leggen. Hoewel het belangrijk is de aard van de boeddhistische leer te bewaren, met name de egocentrische neigingen van de geest te ontmaskeren, is het nuttig te benadrukken dat misbruik nooit boeddhistische leer genoemd kan worden. In geval van melding aan een Aanspreekpersoon Integriteit van de BUB van mogelijke inbreuken op het huidige charter, zal de Ethische Commissie worden geraadpleegd om de gemelde feiten te kwalificeren.

3.2      Vormen van misbruik

Inleiding

Een relatie kan gewelddadig zijn en zich uiten als misbruik als gevolg van seksueel of fysiek geweld. Het kan ook emotioneel, financieel, sociaal, institutioneel en spiritueel misbruik inhouden. Misbruik kan zich voordoen zowel van spirituele en administratieve verantwoordelijken naar leden van de gemeenschap toe als van leden van de gemeenschap naar verantwoordelijken toe. De beheerders verbinden zich ertoe rekening te houden met elke situatie van misbruik ten aanzien van een persoon die lid is van de Sangha, met inbegrip van vrijwilligers, leraren of werknemers.

Er zijn seculiere praktijken (upayas) in verschillende tradities die kunnen worden gezien als gewelddadig of misbruik – bijvoorbeeld het gebruik van kyosaku (ontwaakstok) in het Zen Boeddhisme – maar die in tegendeel direct geïnspireerd zijn door wijsheid en compassie.

Dergelijke praktijken kunnen, met name door Westerse getrainde therapeuten, als gewelddadig worden ervaren hoewel ze in essentie worden gedreven door compassie. Het is belangrijk om te begrijpen en uit te leggen dat de Dharma-context en de therapeutische context radicaal verschillend zijn.

Meerdere verantwoordelijkheden: Het feit dat een verantwoordelijke verschillende functies vervult (“dubbele, drievoudige … pet”) kan leiden tot negatieve gevolgen voor de betrokken personen en de Sangha als geheel. Tegelijk de functie opnemen van zowel spirituele gids als therapeut voor dezelfde persoon kan, in het geval van een leraar bijvoorbeeld, de relatie tussen student en leraar bemoeilijken, de geest verwarren en de harmonie van de Sangha ondermijnen. Leraren moeten waakzaam blijven, zich bewust zijn van hun beperkingen en goed nadenken over de gevolgen en gevaren van de veelheid aan rollen die een verantwoordelijke uitoefent. Deze omvatten: romantische relaties (zie: 3.3.2 Voorzorgsprincipes), financiële relaties (zie: 3.7 Financieel misbruik), intieme vriendschappen, therapeutische en professionele relaties.

 

3.3      Seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik 

3.3.1      Gebruikte definities [2]

Wat is seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Seksueel grensoverschrijdend gedrag: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij niet wordt voldaan aan één of meerdere van de zes volgende criteria: wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, passend bij de context, passend bij de leeftijd of ontwikkeling en zelfrespect.

Wat is seksueel misbruik?

Seksueel misbruik is elke vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, waar geen wederzijdse toestemming voor bestaat, en/of die op een of andere manier is afgedwongen, en/of waar het slachtoffer veel jonger is of in een afhankelijke relatie staat.

Wat is grooming?

Grooming is het proces waarin de pleger zijn slachtoffer isoleert en bewust voorbereidt op het misbruik. De pleger probeert langzaam het vertrouwen te winnen van zijn slachtoffer en systematisch de grenzen tussen pleger en slachtoffer te laten vervagen. Dat proces kan weken, maanden en zelfs jaren duren. De pleger probeert stapsgewijs dichterbij te komen om geheimhouding mogelijk te maken. Het grooming proces is verraderlijk omdat het hierdoor zal lijken dat het slachtoffer ‘vrijwillig meewerkt’ aan het misbruik.

3.3.2      Voorzorgsprincipe

In de onderrichtrelatie is er geen “gelijkwaardigheid van personen” vermits ze niet dezelfde verantwoordelijkheden uitoefenen en de leraar zich in een machtspositie bevindt. Voor de leraar is elk initiatief van verleiding en seksueel gedrag daarom ongepast.

De leraar is een “spirituele vriend” die richting geeft aan de leden van de Sangha, die hen aanmoedigt en beschermt. Bewust van zijn rol en zijn verantwoordelijkheid heeft hij in zijn relatie met zijn leerlingen een onberispelijk gedrag, zonder ambigu of ongepast woordgebruik. Hij stelt hen ook geen indiscrete vragen en vertrouwt hen geen misplaatste vertrouwelijke mededelingen toe. Zelfs als betrokken personen een gevoel van gelijkheid delen en zelfs als het initiatief tot toenadering van de leerling komt, is elke seksueel getinte relatie tussen een leraar en leerling van dien aard dat ze het adequaat verloop van de onderrichtrelatie in gevaar kan brengen en kan deze oorzaak van lijden zijn voor de twee personen, voor elke andere betrokkene en zelf voor de gehele Sangha.

Daarom dient de onderricht relatie opgeschort te worden van zodra een intieme relatie wordt aangegaan tussen de leraar en één van de beoefenaars tegenover wie hij een verantwoordelijkheid uitoefent. Het komt dan elke vereniging toe om de mogelijkheid te onderzoeken om de onderricht relatie te herstellen en de adequate modaliteiten te bepalen om het welzijn te verzekeren van de betrokken personen en van de gemeenschap in zijn geheel.

3.4      Fysiek geweld

Geweld tegen de fysieke integriteit van het slachtoffer en van wezens of voorwerpen die hem dierbaar zijn. 

3.5      Psychologisch misbruik

Psychologische mishandeling kan net zo destructief en schadelijk zijn als fysiek misbruik en kan ernstige gevolgen hebben voor de geestelijke gezondheid. Het wordt vaak gebruikt als een manier om macht en controle over iemand te behouden.

Dat gezegd zijnde kan er sprake zijn van emotioneel misbruik in de vorm van:

– verbaal geweld: beledigen, schelden, intimideren, beschuldigen of bedreigen ; en ook liegen, roddelen, pesten, belasteren, verdachtmakingen uiten en/of verspreiden ; eenzijdige geschriften en publicaties verspreiden: bv. mails over iemand rondsturen zonder dat die persoon daarvan op de hoogte is, of het gebruik van denigrerende taal op sociale netwerken ;

– afwijzing: zonder rechtvaardiging voortdurend gedachten, ideeën en meningen verwerpen ;

3.6      Sociaal misbruik

Sociaal misbruik is het verhinderen van contact met familieleden, vrienden, dienstverleners en andere mensen of het beperken van de activiteiten van de persoon, waardoor het gevoel van isolement wordt vergroot.

Volgende feiten worden beschouwd als misbruik:

  • het tegen zijn zin opsluiten van een persoon in zijn of haar huis of kamer;
  • het voorkomen dat een persoon de deur opent voor een derde;
  • het ontzegging van toegang tot vervoer of tot communicatiemiddelen;
  • het beleggen van vergaderingen over iemand zonder dat die persoon verwittigd of uitgenodigd wordt, of daarvan gebriefd wordt of een verslag krijgt;

3.7        Financieel misbruik

Iemand die dicht bij het slachtoffer staat, controleert zijn financiën en de toegang tot geld en houdt hem/haar financieel afhankelijk.
Personen met een machtspositie binnen de Sangha mogen niet persoonlijk om belangrijke donaties vragen.

Aan de andere kant mag vrijgevigheid geen bron van macht of manipulatie worden.

3.8        Institutioneel misbruik

Omdat een Sangha bijna per definitie een hiërarchische structuur kent, is het noodzakelijk om waakzaam te zijn in verband met mogelijkheden tot institutioneel misbruik. In het besef dat de structuur van de Sangha niet noodzakelijk samenvalt met het wettelijk kader van een v.z.w., verdienen volgende aspecten bijzondere aandacht:

Vertrouwelijkheid. De relatie tussen studenten en leraar gaat vaak gepaard met het delen van gevoelige, persoonlijke informatie. Dit vereist van de leraren dat zij dergelijke informatie vertrouwelijk houden uit respect voor de studenten en voor de relatie.
Met het oog op het welzijn van bepaalde individuen en van de Sangha, moeten de leraren in uitzonderlijke gevallen over zulke vertrouwelijkheden kunnen overleggen met andere leraren, met leraren in opleiding, met de voorzitter, of, desgevallend, met deskundigen. In zulke omstandigheden moeten de leraren ernaar streven dat hun overleg vertrouwelijk blijft. Ook de andere verantwoordelijken verbinden zich daartoe.    

Verantwoording en bestuur. Het handhaven van het welzijn van de Sangha is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden. Leraren nemen eveneens de verantwoordelijkheid om de doelstellingen van verantwoording en transparantie te bevorderen, met inbegrip van financiën, besluitvorming en klachtenbehandeling met inbegrip van ethisch kwesties.

Transparantie. Transparantie is cruciaal om het evenwicht en de harmonie binnen de Sangha te behouden. Leraren zijn alert op potentiële belangenconflicten tussen studenten en andere leden van de Sangha en doen er alles aan om deze te vermijden. Elk belangrijk belangenconflict zal onmiddellijk worden doorgegeven aan de leiders van de Sangha.                                         

3.9        Spiritueel misbruik

Bij spiritueel misbruik wordt voorkomen dat je je eigen mening hebt over religie, culturele overtuigingen en waarden. Dit misbruik kan gebeuren op basis van religieuze argumenten (bijv. karmisch effect).

Het cultiveren van gevoelens van superioriteit van de eigen boeddhistische traditie of van het boeddhisme in het algemeen moet worden vermeden. Personen van andere religies of filosofische tradities zouden zich welkom moeten voelen om te oefenen binnen de boeddhistische Sanghas.

Een leraar kan sterke spraak of handelingen als leermiddel gebruiken. Dit mag echter niet op een systematische manier worden gebruikt en moet met wijsheid, mededogen en zorgzaamheid gehanteerd worden. 

3.10        Situatie van de vrijwilligers

Vrijwilligerswerk is belangrijk binnen onze Sanghas. Het is een waardevol instrument voor de ontwikkeling van de boeddhistische verenigingen en voor de persoonlijke ontwikkeling van de vrijwilligers. Er bestaat echter een risico op misbruik.

Vrijwilligerswerk moet worden gestructureerd om elke vorm van uitbuiting te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door werkperiodes en vrije tijd voor vrijwilligers vast te leggen om hen niet te zwaar te belasten. Het beschermt hen ook tegen hun eigen enthousiasme dat tot latere uitbuiting zou kunnen leiden. Er kan geen sprake zijn van regelmatig vrijwilligerswerk ter persoonlijke verrijking van een verantwoordelijke. Evenmin gebruiken vrijwilligers hun werk om macht te verwerven in de gemeenschap.

SPECIFIEK OVER DE ROL VAN LERAAR

Leraren en spirituele begeleiders erkennen dat hun rol onvermijdelijk aanleiding geeft tot een machtsverschil in hun relaties met studenten en andere Sanghaleden en dat hun woorden en hun daden daarom een groot gewicht in de schaal kunnen leggen. Leraren moeten zich in het bijzonder bewust zijn van de kans op subtiel machtsmisbruik van hun kant.

Leraren mogen hun macht en/of positie niet misbruiken. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het handhaven van passende en duidelijke grenzen tussen leraar en studenten berust altijd bij de leraar. Wanneer beroep gedaan wordt op competenties die de deskundigheid van de leraar te boven gaan, zal hij/zij de studenten doorverwijzen naar de desbetreffende deskundige (op het vlak van bijv. geestelijke gezondheidszorg, geneeskunde, jurisprudentie).

De rol van leraar belichamen, kan een gezond gevoel van nederigheid subtiel ondermijnen. Een gebrek aan nederigheid kan op zijn beurt het vermogen afzwakken om het geheel van verantwoordelijkheden als leraar te huldigen en er ten volle naar te leven.

Leraren waken erover om

  • zorg voor zichzelf te dragen op fysiek, psychologisch en spiritueel vlak,
  • aan zelfonderzoek te doen. Zij zoeken het evenwicht te behouden tussen enerzijds hun rol als leraar en anderzijds hun betrokkenheid in de eigen, reguliere praktijk, hun studie van de Dharma, hun vrije tijd en hun familiale verantwoordelijkheden.


SPECIFIEK OVER DE WERKNEMERS EN DE PSYCHOSOCIALE RISICO’S OP HET WERK

Indien personen binnen de structuur van een vereniging tewerkgesteld zijn als werknemers, zijn zij én hun werkgever in hoofde van de arbeidsovereenkomst onderworpen aan de welzijnswet.

Hoofdstuk Vbis van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S. 18.9.1996) stelt een algemeen kader vast voor de preventie van de psychosociale risico’s op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk maken integraal deel uit van de psychosociale risico’s op het werk en worden dus aangepakt via het algemene kader van de preventie van psychosociale risico’s op het werk. Afdeling 2 van hoofdstuk Vbis besteedt aandacht aan deze specifieke risico’s (in het bijzonder Art. 32ter).

De laatste wijziging in deze wetgeving werd aangebracht door middel van de wetten van 28 februari 2014 en 28 maart 2014.

Zie : De gecoördineerde tekst van de aangepaste artikelen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (PDF, 597.38 KB)

Zie ook: https://werk.belgie.be/nl/themas/welzijn-op-het-werk/psychosociale-risicos-op-het-werk/wettelijke-bepalingen

 

[1] Ontleend uit het Engelse “narrative”: geheel van dominante vertellingen, overtuigingen en betogen binnen een groep of gemeenschap, die een (subjectieve) voorstelling van de werkelijkheid rechtvaardigen. Deze voorstelling heeft tot doel de identiteit, samenhang en belangen van de groep, de gemeenschap of haar leiders te versterken. Connotaties: fabels, verhalen, mythen, fictie.

[2] De drie definities zijn ontleend aan het Internationaal Centrum Ethiek in de Sport vzw (ICES), een door de Vlaams Minister van Sport erkende organisatie voor beleidsondersteuning en praktijkontwikkeling op het gebied van ethisch sporten.

Zie: : http://www.ethicsandsport.com/
Zie ook:
http://voicesfortruthanddignity.eu/be/information

 

 

De vertrouwenspersoon van de Zen Sangha

We willen je alle mogelijkheden geven om het onderricht van de Boeddha te ontmoeten in een respectvolle, veilige en zorgzame omgeving. Onze vertrouwenspersoon staat klaar voor een gesprek indien je dit op een bepaald moment niet zo zou ervaren. Samen kunnen jullie dan bekijken hoe dit kan verholpen worden. Als richtlijn gebruiken we daarbij het Ethisch en Deontologisch Charter van de BUB en de White Plum Asanga Code of Ethical Conduct. Een intern reglement is in voorbereiding.

De vertrouwenspersoon van de Zen Sangha vzw is Stan Weyns, senior zenstudent, verantwoordelijke van de Zen Sanghagroep in Lier, arts en psychotherapeut. Zijn contactgegevens zijn:

Stan Weyns
gsm: 0496 41 48 83
email: stan(at)dokterweyns.be

 

Aanspreekpersonen Integriteit
van de Boeddhistische Unie van België

Hier vind je de contactgegevens van de vertrouwenspersonen van de BUB: link

 
 
Psychosociale risico’s op het werk
Omdat Zen Sangha vzw iemand in loondienst heeft, namelijk Frank De Waele Roshi, is zij als werkgever verplicht de wet op het Welzijn op het werk in acht te nemen en de werknemer een veilige werkomgeving te garanderen.
Lees hier o.a. over (psychisch) geweld en pesterijen op het werk:
https://werk.belgie.be/nl/themas/welzijn-op-het-werk/psychosociale-risicos-op-het-werk/definities-en-toepassingsgebied
 
 
 
 
facebook