Een keuze van teksten, gedichten, verhalen, koans en dharmateksten die Frank Sensei in 2012 gebruikte bij het zenonderricht.
Alle vertalingen zijn van zijn hand, tenzij anders vermeld.
Oorspronkelijk aziatische teksten zijn uit het Engels vertaald.

Überleben H.B. (Hermann Broch)
Hannah Arendt
Wie aber lebt man mit den Toten? Sag,
wo ist der Laut, der ihren Umgang schwichtet,
wie die Geb”rde, wenn durch sie gerichtet,
wir w”nschen, dass die N”he selbst sich uns versag?
Wer weiss die Klage, die sie uns entfernt
und zieht den Schleier vor das leere Blicken?
Was hilft, dass wir uns in ihr Fortsein schicken,
und dreht das F”hlen um, das “berleben lernt.
Das umgedrehte F”hlen ist doch wie der Dolch,
den man im Herzen umdreht.
Overleven H.B. (Hermann Broch)
Hoe toch leeft men met de doden? Zeg me,
waar is het geluid, dat hun rondwaren dempt?
Hoe is het gebaar dat wij willen, door hen er toe aangezet,
opdat de nabijheid zelf zich aan ons onttrekt?
Wie kent de klacht, die hen van ons verwijdert,
en trekt een sluier voor de lege blik?
Wat helpt, is ons in hun wegzijn te schikken,
en draait het voelen om, leert het overleven.
Edoch, het omgekeerde voelen is als de dolk
die men in het hart omdraait.

Ida Gerhardt
Ik ben zómaar met groot verlof geweest
anderhalf etmaal op een paar uur na;
en tevens werd mij onverwacht verleend
een helderheid van horen en van zien
waaraan ook het geringste niet ontging,
al was het maar een varentje in de voeg
van een vervallen muur. – En tegelijk
was ik volkomen uit de tijd getild:
gisteren, morgen of vandaag -och kom!
Anderhalf etmaal ben ik omgegaan
– mijzelf ontkomen, eindelijk mijzelf –
dolend en dromend in een kleine stad
waar álles stem kreeg, álles open ging.
Steeds wetend: zó kan het maar éénmaal zijn.
(uit: Dolen en dromen, Amsterdam / Zutphen 1980)

The secret
Denise Levertov
Two girls discover
the secret of life
in a sudden line of
poetry.
I who don’t know the secret
wrote the line.
They told me (through a third person)
they had found it
but not what it was
not even
what line it was. No doubt
by now, more than a week
later, they have forgotten
the secret,
the line, the name of
the poem. I love them
for finding what
I can’t find,
and for loving me
for the line I wrote,
and for forgetting it
so that
a thousand times, till death
finds them, they may
discover it again, in other
lines
in other
happenings. And for
wanting to know it,
for
assuming there is
such a secret, yes,
for that,
most of all.

Within this tree
Jane Hirshfield
Within this tree
another tree
inhabits the same body;
within this stone
another stone rests,
its many shades of grey
the same,
its identical
surface and weight.
And within my body,
another body,
whose history, waiting,
sings; there is no other body,
it sings,
there is no other world.
In deze boom
In deze boom
bewoont een andere boom
hetzelfde lichaam.
In deze steen
rust een andere steen,
zijn vele tinten grijs
dezelfde,
zijn gelijke
oppervlak en gewicht.
En in mijn lichaam
een ander lichaam,
wiens geschiedenis, wachtend,
zingt. Er is geen ander lichaam,
zingt het,
er is geen andere wereld.

Eduardo Galeano
Diego kende de zee niet.
Zijn vader nam hem mee om die te ontdekken. Zij reisden naar het zuiden.
Achter de duinen lag hij, de zee, te wachten.
Toen de jongen en zijn vader tenslotte, na vele uren lopen, op die zandheuvels stonden, strekte de zee zich voor hun ogen uit. En zo groots was de onmetelijkheid van de zee en zo fel zijn schittering dat het kind geen woord kon uitbrengen van zoveel schoonheid.
En toen hij eindelijk weer wat kon zeggen, vroeg hij zijn vader, stamelend en met bevende stem: “Help mij kijken!”
” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” ” uit: Het boek der omhelzingen, vertaling: Dick Bloemraad

Granum Sinapis
toegeschreven aan Meister Eckhart
In het begin
hoog boven begrip
is altijddurend het woord.
O rijke schat,
waar altijd het begin het begin baarde!
O vaderlijke boezem,
waaruit in verlangen
het woord voortdurend uitvloeide!
Toch heeft de schoot,
het is waar, het woord bewaard.
Uit de twee vloeide één,
in liefdesgloed,
de twee verbindend,
gekend aan de twee,
vloeit de meest zoete geest
evengelijk,
onscheidbaar.
Die drie zijn één:
weet je wat [het is]? Nee
het kent alleen zichzelf – ten volle.
De verknoping van de drie
brengt diepe angst.
deze ring
door geen verstand begrepen:
hier is diepte zonder bodem.
Schaakmat
de tijd, de vormen, de ruimte!
De wonderring
is bron:
helemaal onbewogen staat zijn punt.
Bestijg de berg van het punt
zonder werk,
zonder verstandelijkheid.
De weg voert je
naar een wonderlijke woestijne
die weids en ver,
onmeetbaar, zich uitstrekt.
De woestijne heeft
tijd noch ruimte,
haar wezen is uniek.
Het goed van de woestijne
door geen voet ooit betreden,
de geschapen rede
heeft het nooit bereikt.
Het is, en toch weet niemand wat.
Het is hier, het is daar,
het is ver, het is nabij,
het is diep, het is hoog,
het is zo,
dat het niet dit noch dat is.
Het is licht, het is helder,
het is volledig duister,
het is zonder naam,
het is ongekend,
van begin en ook van einde vrij,
het staat stil,
naakt en onbekleed.
Wie weet zijn huis?
Laat hem uitkomen
en ons zeggen welke vorm het heeft.
Word als een kind,
Word doof, word blind!
Je eigen iets
moet worden niets,
alle iets, alle niets verdreven hier!
Laat ruimte, laat tijd,
mijd ook het beeld!
Ga zonder een weg
het smalle pad,
zo kom je op het spoor van de woestijne.
O mijn ziel,
ga uit, God in!
Zink al mijn iets,
in God’s niets,
zink in die grondeloze vloed!
Vlucht ik van jou,
dan kom je naar mij.
Verlies ik mij,
zo vind ik jou:
O bovenwezenlijk goed.
Shitsunai sanmotsu hiben
De Dharmakaya is verlichting, die absolute vrijheid is.
Eén wordt drie genoemd.
Er is geen verschil tussen de drie.
Daarom is het niet horizontaal.
Er is geen vóór of na.
Daarom is het niet verticaal.
Eén is niets dan drie is zoals de punten.
Drie is niets dan één is zoals de fijne lijnen die de drie punten verbinden.
Het is drie en het is één.
Het is één en het is drie.
Leg het niet uit in termen van één of drie.
Denk niet in termen van één of drie.
Daarom wordt het Ondenkbaar genoemd.
Shoyoroku 21
Ungan was de grond aan het vegen.
Dogo zei: “Je bent hard bezig.”
Ungan antwoordde: “Je moet weten dat er één is die niet hard bezig is.”
Dogo zei: Zo, in dat geval, is er een tweede maan?”
Ungan stak zijn bezem omhoog: “De hoeveelste maan is dit ?”
Dogo ging weg.
Shoyoroku 49
Als je het wilt tekenen, laat het zich niet uitbeelden.
Als je het wilt schilderen, laat het zich niet representeren.
Fukei deed enkel maar een tuimeling. Ryuge ontblootte alleen maar zijn borstkas.
Uiteindelijk, wat zijn soort mens is dat?
Bij een herdenkingsdienst voor Ungan Dojo offerde meester Tozan voor het beeld van zijn meester. En hij vertelde hij hoe hij eens aan Ungan vroeg om zijn essentie bloot te geven, waarop Ungan zei: “Alleen maar dit”.
Een monnik, die op de dienst aanwezig was, vroeg Tozan: “Toen meester Ungan zei “Alleen maar dit”, wat bedoelde hij?”
Tozan antwoordde: “Destijds had ik bijna de intentie mijn afgestorven meester helemaal verkeerd begrepen.”
De monnik vroeg verder: “Kende Ungan (ook het werkelijke toen hij zei) “Alleen maar dit”?”
Tozan antwoordde: “Als hij het niet kende, hoe kon hij dan zo spreken?” Als hij het kende, waarom sprak hij dan zo?
Shojoroku 94
Tozan was ziek.
Een monnik vroeg: “Meester, je bent ziek. Is er iemand die niet ziek is?”
Tozan antwoordde: “Ja, er is er een.”
De monnik vroeg: “Diegene die niet ziek is, zorgt die voor jou?”
Tozan zei: “Deze oude monnik heeft de plicht om voor hem te zorgen.”
De monnik vroeg: “Meester, hoe is het om voor hem te zorgen?”
Tozan zei: “Dan zie ik niet dat er ziekte is.”
Denkoroku 24
De 24ste patriarch Shishi Sonja vroeg de 23ste patriarch Kakurokuna Sonja: “Ik wil de Weg zoeken. Hoe moet ik mijn geest gebruiken?” Sonja zei: “Als je de Weg wil zoeken, dan moet jij je geest niet gebruiken.”
Shishi zei: “Als ik mijn geest niet gebruik, wie zal er dan de Boeddha”s daden uitvoeren?”
Sonja zei:” “Als jij je geest gebruikt, is dat geen deugdzame daad. Als jij je geest niet gebruikt, dat is de Boeddha”s daad.”
En hij ging verder: “Er staat in de soetra: Deugdzame daden zijn deugdzaam omdat er geen ik-en-mijn-plaats in is.”
Toen Shishi deze woorden hoorde, ging hij de wijsheid van de Boeddha in.
Dentoroku 38
De 33ste patriarch Tozan Gohon Daishi kwam naar meester Ungan en vroeg:
“Wat soort persoon kan de dharma van mushin horen?”
Ungan antwoordde: “Het wezen van mushin kan de dharma van mushin horen.”
Tozan vroeg; “Kan de Eerwaarde het horen, of niet?”
Ungan zei: “Indien ik het kon horen, zou jij misschien niet in staat zijn mijn dharma te horen.”
Tozan zei: “Als dat zo is dan wil ik, Ryokai, de dharma van de Eerwaarde horen.”
Ungan zei: “Je hoort zelfs mijn dharma niet. Hoe zou je dan de dharma van mushin kunnen horen?”
Hierop had meester Tozan grote satori en schreef onmiddellijk een dankgebed en presenteerde het aan Ungan:
Hoe wonderlijk! Hoe wondelijk!
De dharma van mushin is onvoorstelbaar.
Als we het proberen te horen met de oren,
is het moeilijk te horen.
Maar als we het met onze ogen horen,
dan kunnen we het juist kennen.
Daarop erkende Ungan hem.
Keizan’s gedicht
Het subtiele gewaarzijn is uiterst teer.
Het heeft geen verband met onderscheidmakend denken of voelen.
In het leven van alledag laat het hem met grote intensiteit de dharma verkondigen.
Hekiganroku 48
De hooggeplaatste ambtenaar O ging op bezoek naar Shokei Tempel en kreeg er thee aangeboden. De jonge monnik Rojoza bediende hem samen met Myosho, de meester van de naburige tempel.
Toen Rojoza de waterketel (kama) wou opnemen, liet hij hem over de theestoof (furo) vallen. De ambtenaar zag dit en vroeg Joza: “Wat is er daar onder de stoof?”
“Borojin,” antwoordde Joza.
“Zij zijn de goden die de haard dragen,” zei de ambtenaar. “Waarom hebben zij de waterketel omvergeworpen?”
Joza zei: “In een bestuursambt van duizend dagen maakt zelfs een hoge ambtenaar wel eens een fout.”
De ambtenaar schudde zijn mouwen en ging weg.
Myosho zei: “Rojoza, jij verwerft je levensonderhoud in deze temple, maar je blijft maar kletsen.”
Joza vroeg: “Wat zou de eerwaarde gezegd hebben?””
Sho zei: “De niet-menselijke wezens deden iets fel.”
Hekiganroku 75
Een monnik van de sangha van meester Joshu kwam naar Ukyu.
Ukyu vroeg hem: “Welk verschil zie je tussen Joshu’s dharmapad en het onze?”
De monnik zei: “Geen verschil.”
Ukyu zei: “Als er geen verschil is, ga dan maar terug naar daar.” En hij gaf hem een klop met zijn stok.
De monnik zei: “Uw stok moet ogen hebben. Je zou mij niet zo willekeurig moeten slaan.”
Hekigan roku 87
Meester Unmon sprak tot de monniken:
“Ziekte en medicijn stemmen wederzijds overeen tot elkaar. Het hele universum is medicijn. Wat is het zelf?”
Meester Unmon antwoordde zelf:
“Men komt onkruid tegen en het blijkt een orchidee te zijn.”
