Als ik heel stil ben
Dorothee Sölle

 

Als ik heel stil ben
kan ik vanuit mijn bed
de zee horen ruisen                                                        
maar het is niet genoeg heel te stil zijn
ik moet ook mijn gedachten van het land lostrekken        

Het is niet genoeg de gedachten van het vasteland los te maken
ik moet ook het ademen aanpassen aan de zee
omdat ik bij het inademen minder hoor

Het is niet genoeg de adem aan te passen aan de zee
ik moet ook handen en voeten het ongeduld ontnemen

Het is niet genoeg handen en voeten te verzachten
ik moet ook de beelden van mij weggeven                          

Het is niet genoeg de beelden weg te geven
ik moet ook ophouden met moeten

Het is niet genoeg het moeten te laten
zolang ik het ik niet verlaat

Het is niet genoeg het ik te laten
ik leer vallen

Het is niet genoeg te vallen
maar terwijl ik val
en mezelf ontzink                                     
hou ik op
de zee te zoeken
omdat de zee nu
van de kust naar boven              
en in mijn kamer gekomen
om mij is

Als ik heel stil ben.

 

vertaling: F. De Waele van ‘Wenn ich ganz still bin’ van D. Sölle, waarvan de bibliografische verwijzing voorlopig nog niet getraceerd is.    

 

 

Unmon’s ziekte (Hekiganroku zaak 87)

Meester Unmon sprak tot de monniken: ‘Ziekte en medicijn stemmen wederzijds overeen tot elkaar. Het hele universum is medicijn. Wat is het zelf?’
Meester Unmon antwoordde zelf: ‘Men komt onkruid tegen en het blijkt een orchidee te zijn.’

 

 

Santideva

‘Waar zou er leer genoeg zijn om de hele wereld te bedekken?
Met alleen het leer van mijn sandalen,
is het alsof de hele wereld bedekt is.

Net zo, ben ik ook niet in staat om uiterlijke verschijnselen te beheersen,
maar ik zal mijn eigen geest in toom houden.
Wat is de noodzaak om iets anders te beteugelen?’

 

uit: De weg tot het inzicht, Bodhicaryavatara, 5: 13-14

 

Viktor Frankl

“Tussen stimulans en reactie is er een ruimte. In die ruimte is onze kracht om onze reactie te kiezen. In ons antwoord ligt onze groei en onze vrijheid.”

‘In zijn boek Man’s Search for Meaning schreef Dr. Frankl over de psychologische impact van het leven als gevangene in de nazi-concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog. Zijn moeder, vader, broer en zwangere vrouw werden allemaal gedood in de kampen. Dr. Frankl beschrijft in ijzingwekkende details hoe zijn bewakers hem vrijwel alles van persoonlijke waarde en menselijke waardigheid afnamen.

Het enige dat de nazi’s hem niet konden afnemen was zijn keuze om te reageren op de ontbering, de vernedering en het trauma waaraan hij werd blootgesteld. Hij maakte een bewuste keuze om zijn energieën te richten op het “bezitten” van die kleine maar zeer belangrijke ruimte tussen de stimulans (wat er ook tegen hem gezegd of gedaan werd) en zijn reactie daarop. Zijn vermogen om die mate van psycho-spirituele autonomie te behouden in de meest afschuwelijke omstandigheden die men zich kan voorstellen, is een opmerkelijk voorbeeld van intrapersoonlijke kracht […]’

vertaald door F. De Waele naar deze webpagina

 

 

 

AFGROND

Ik kijk zodanig naar de Taag
dat ik vergeet dat ik kijk onder ’t kijken,
en plotseling rijst de vraag
als mijn gedachten verder reiken –
wat is rivier-zijn, wat is stromen?
Wat-is-hier-staan-dromen?

En ineens lijkt alles mij loos
en leeg, deze plek, dit moment,
alles is ineens zo inhoudsloos –
zelfs dat ik mij denkend afwend.
Alles – ik en de wereld in het rond –
is ontdaan van elke grond.

Alles raakt zijn wording kwijt
en verdwijnt uit mijn hoofd.
Wezen, idee, identiteit
zijn van elke band beroofd
met de aarde, hemel en mijn lot…

En plotseling ontmoet ik God.

 

 

uit: Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf.
Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens.
De Arbeiderspers

 

 

Lucy Hone, The Three Secrets of Resilient People
TEDx Christchurch conference.
Klik hier voor de Ted-talk

Hier vind je volledige, uitgeschreven tekst in het Engels (Full Transcript)

 

 

 

Op 8 april vierden wij online de geboorte van Sjakjamoeni Boeddha, het zogenaamde Bloemenfeest (Jap. Hanamatsuri).
Volgens de overlevering werd de historische Boeddha vijfentwintig eeuwen geleden als prins geboren in een klein koninkrijk aan de voet van de Himalayas. De eerstgeborene kreeg de naam Siddhartha, letterlijk ‘hij die zijn streefdoel verwezenlijkt heeft’. 
Naar het verhaal gaat, zette de kleine Siddhartha na zijn geboorte in de tuin van Lumbini zeven stappen, keek in de vier richtingen, wees met één hand naar de hemel en met de andere naar de aarde, en zei: ‘Boven de hemel, onder de hemel, ik alleen ben de Geëerde.’

Deze uitspraak van de kleine  Siddhartha zijn de  eerste twee regels van het zogenaamde ‘geboortevers van de Boeddha’, dat hij volgens de legende na zijn geboorte  in het Lumbinī-bos heeft voorgedragen. Het volledige vers luidt:

‘Boven de hemel, onder de hemel,
Ik alleen ben de Geëerde.
De drievoudige wereld is vol leed.
Ik ben het die het zal lenigen.’

Dit vers komt in deze vorm uit de ‘Gemengde teksten’ van de Mūlasarvāstivāda Vinaya.

 

 

 

 

 

 

 

In elke Japanse tempel richt men ter gelegenheid van het Bloemenfeest een altaar op met een beeldje van de baby Boeddha die naar de hemel en naar de aarde wijst. Men versiert het beeld met bloemen en baadt het door zoete thee te plengen. Volgens de legende liet een negenkoppige draak het bij de geboorte van de Boeddha zoete thee regenen, waarin de nieuwgeborene werd gewassen.

 

 

huopopo (Ch. 活泼泼) levendig als een opspringende vis
Lees meer

 

 

Sereniteitsgebed
‘God, geef mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan veranderen
en de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.’

Reinhold Niebuhr

Lees hier meer over dit beroemde gebed
en ook hier

 

DODE ASSE EN LEVENDE KOOLTJES

Isan deed ‘s nachts laat alleen in het zendo zazen, toen zijn leraar Hyakujo hem zag zitten.
Hyakujo vroeg: “Wie zit er hier in het donker?”
Isan antwoordde: “Ik ben het, meester, het is Isan.”
Daarop vraagt Hyakujo aan Isan om de haard op te rakelen en de kolen op te poken.
Isan staat op, gaat naar de haard en zoekt naar brandende kolen, maar vindt er geen.
‘Het vuur is gedoofd.’ zegt Isan.
Hyakujo neemt daarop de kolentang, pookte ze diep in de as en sintels en vindt een klein, gloeiend kooltje.
Hij steekt het omhoog en vraagt: “Wat is dit?”