Ida Gerhardt

Ik ben zómaar met groot verlof geweest
anderhalf etmaal op een paar uur na;
en tevens werd mij onverwacht verleend
een helderheid van horen en van zien
waaraan ook het geringste niet ontging,
al was het maar een varentje in de voeg
van een vervallen muur. – En tegelijk
was ik volkomen uit de tijd getild:
gisteren, morgen of vandaag -och kom!
Anderhalf etmaal ben ik omgegaan
– mijzelf ontkomen, eindelijk mijzelf –
dolend en dromend in een kleine stad
waar álles stem kreeg, álles open ging.
Steeds wetend: zó kan het maar éénmaal zijn.

(uit: Dolen en dromen, Amsterdam / Zutphen 1980)

facebook facebook